zaterdag 15 september 2007

Reichsmann Spreekt Op Papendal

Arnhem, Congrescentrum Papendal, Nederlandse Vereniging van Osteopaten, 19.50 uur. Een bord vermeldt: 'Nog 49 weken tot Beijing.' Voor mij nog tien minuten tot optreden. Wachten -het is bekend- is slopender dan performen. Zeker als de deur naar de zaal openstaat en een landerige jazzstem, toebehorend aan de zangeres van het Drijfzand Duo, je gehoorcentrum volspuit met lauwe pap. 'I'm in a New York state of mind.' Dat zou de stad zijn die nooit slaapt. Niet zo. Ik dreins Lee Towers-achtig mee op mijn draaistoel: 'I wanna sleep in a city that never wakes up.'

Ik probeer wakker te blijven. Ik repeteer mijn intro. Wie ik ben, wat ik ben en wat ik hier kom doen. Dat moet je uit je hoofd kennen. Als ik op mijn papier begin te kijken als ik vertel wie ik ben, is het afgelopen. Als ik een fout maak ook. Toen ik voor het eerst met ervaren rotten uit de cabaretwereld rond toerde, viel me direct op, hoe professioneel ze waren. Wij jonge honden zaten altijd te dollen tot vlak voor de voorstelling. Zij niet; zij concentreerden zich, zonderden zich af en namen eindeloos -mijns inziens volkomen nodeloos- hun teksten door. Hun optredens verliepen vlekkeloos; onze motor sputterde nogal eens. Dus nu weet ik wel beter. Elke wending, elke spontaan lijkende improvisaties moet goed worden voorbereid.

Er is iets frauduleus in binnensluipen met koffer, das en pak. Ik ben niet die ik voorgeef te zijn. Maar dat bevalt me wel, dat undercover zijn. Ik geloof ook, dat ik best een goeie spion had kunnen zijn. Die wereld trekt me ook. De spion lacht ook (heimelijk, heimelijk) een beetje om de goedgelovigheid van de mensen, hun oppervlakkige vooringenomenheid ten aanzien van kleding en voorkomen. Hoe vaak merkte ik het niet als man met pak? De broodjesman die zegt: 'Peper zout en uitjes, meneer?' De taxichauffeur: 'Drukke dag gehad, meneer?' ('Jazeker, ik heb net 25 minuten opgetreden'). En de spion maakt gebruik van de clich├ęs. Als ik een laptop of een ander duur defect ding moest gaan ruilen, trok ik altijd mijn nette pak aan en knoopte mijn das extra zorgvuldig. Ik kreeg altijd een nieuw ding.

Het past bij me. Het is een soort schelmenstreek. Die ook kan mislukken. Dat risico moet je nemen. De plotse ontmaskering. De schaamtevolle aftocht. De geur van rotte uien. Dat risico past bij me, omdat ik verslaafd ben aan spanning. Als die er niet is, zak ik in. De multiplier-adrenaline als de schelmenstreek slaagt.

Vanavond gaat alles goed. (Na afloop dromt men om me heen. Ik kom kaartjes tekort.) Godzijdank. Ik voelde me vanmorgen superslap. Toen heeft Plientje me mee uit wandelen genomen. Het was tenslotte ook nog een prachtige septemberdag. En toen we gewandeld hadden ben ik nog een half uurtje gaan slapen. Zo stond ik er toch nog redelijk fris. En het bleek een leuk gezelschap, die osteopaten. Maar dan snel naar huis om de koffers te pakken voor Berlijn!

Geen opmerkingen: