zaterdag 27 oktober 2007

Werelderfgoed, Werelderfslecht

We wilden naar Toledo. Ab had al gewaarschuwd. De minst Spaanse stad die hij kende, toeristisch inferno. Maar ja, om vast te stellen of dat echt zo is, moet je er toch heen. Dat is de ellende van toerisme: je moet toch overal heen. (Wij verbeelden ons niet reizigers te zijn).

We arriveren op het station en wandelen dan omhoog. Daar zien we de stad al liggen. Dit is misschien wel het mooiste van Toledo: de nadering. De poort, de muren, de steile treden omhoog. De stad op een heuvel in een bocht van de Tajo. Eenmaal binnen zien we dat Ab wel een beetje gelijk heeft. Maar het is waarschijnlijk het lot van alle werelderfgoed. Dit soort steden bestaat alleen nog als ghosttowns.

De stad hangt vol met messen en zwaarden, keramiek, marsepein en andere 'tiepiekaalie spaaniesh' China-made rommel. Waanzinnig veel messen. Misschien verklaart dat waarom er zo weinig oorspronkelijke bewoners over zijn. Als je die messen en zwaarden overigens mee de trein in wilt nemen moeten ze eerst door een Marokkanenscanner waarop uitdrukkelijk een rode streep door een plaatje van een mes staat. Maar goed, dat is niet mijn probleem.

Strategisch gelegen was Toledo van oudsher een kruispunt van wegen. Dat verklaart dat ze er allemaal zijn geweest. De Moren, de Joden, Visigothen en noem ze allemaal maar op. Maar het waren slechts voorbijgangers. In de gids staat: "Uiteindelijk hebben alleen de 'Turistas', een vuilnisbakachtig Hunnenras, dat onder leiding van Generaal Baedeker in 1955 de stad binnenviel, hun stempel op Toledo kunnen drukken. De oorspronkelijke bevolking werd tot slaaf gemaakt en in de toeristenindustrie te werk gesteld. Tussen de twee kastes bestaat een stricte scheiding."

Duiven wieken weg over de daken van de Joodse wijk als we de hellende Callle de Angel aflopen. Een heel klein vleugje geschiedenis, te weinig. Er is een Joodse boekeria. Ah, mensen van het boek! Hier moet je zijn. Ze hebben behoorlijk veel. (Verder heb ik in de stad alleen een klein tweedehandszaakje gezien). Er is een bebaarde Joodse Spanjaard, iemand die aandacht lijkt te hebben voor jou als persoon, innemend en voorkomend probeert te zijn. Temidden van al die harde in zichzelf en in zijn clubje opgesloten Castillianen een sociale mini-douche.

Uiteindelijk kocht ik er iets dat ik niet had willen missen: een dik boek vol oude ansichtkaarten van Toledo (1898-1968). Ik had die kaarten ook al in het museum van de stad Toledo zien hangen. (Er was daar helemaal niemand). Muilezeltjes beladen met korven, vrouwen met kruiken, bedelaars bij brokkelende poorten en processies in niet opgeknapte straten. Je kunt iets natuurlijk fysiek proberen te bewaren. Het niet verwaarlozen, het opknappen. (Niet altijd even geslaagd. Sommige kerken zijn zo vers gerestaureerd dat het een Toledo-imitatie in La Vegas lijkt. Donald Quijote en Mickey Panza?).

Je kunt ook iets ongrijpbaars proberen te vangen: de geest van Toledo, de sfeer. Door middel van oude foto's, boeken. Dat hadden ze in het musem ook wel leuk gedaan: de eerste zaal die ging over de onderaardse gewelven Toledo, over de cisternen, het watersysteem van de stad. De ruimte was schaars verlicht, er klonken druppelende geluiden, geheimzinnige muziek begeleidde mooie vervloeiende filmpjes. Het thema van de volgende zaal verbaasde je al niet meer: de drie godsdiensten van Toledo met hun geheimen, mystiek, alchemie, ja zelfs tovenarij. Maar de uitgebreide collectie ansichtkaarten op de tweede verdieping was het mooist. Alleen daar bestaat Toledo nog. Ach ja, die historie-Piet. Om mezelf niet al te serieus te nemen had ik gewoon met het Bobbejaan-treintje terug naar het station moeten gaan. Er waren toch geen Toledanen om me uit te lachen.

Tickets For Toledo!

Als echte toeristen wilden we natuurlijk ook nog een dagje naar Toledo. Het ligt tenslotte op maar een half uur van Madrid. Maar kaartjes voor Toledo scoren bleek niet zo makkelijk.

Is heel makkelijk, zei de vrouw bij de infobalie. (Veel balies op het station, weinig info). De treinen vertrekken daar, en daar koop je een kaartje. Bij de kaartjes een nieuwe balie. Toledo? Vandaag? Ze lachte. No! Full. Booked. You need reservation. Ja, maar ergens anders zeiden ze dat dat niet nodig was. No! Je moet een reservering hebben. Die kun je hiernaast kopen.

Om een kaartje te kopen moet je eerst een nummertje trekken uit de automaat. Onder de knop staat: kaartjes voor morgen. De ruimte zat bomvol mensen die hoopten morgen naar Toledo te kunnen. Het weer was zo mooi, dat we toch liever aan vandaag dachten. Morgen zouden we wel een kaartje kopen om overmorgen naar Toledo te gaan. Manana por la manana.

Wij later weer naar de ticket office. Zelfde apparaat maar met een ander nummertje. Op het tv-scherm: geen Toledo. Weer terug naar de info-balie. Ticket for Toledo? Here? No! Domoren, iedereen weet toch dat na zevenen door een beschikking van het Ministerie voor de Tickets van Toledo de tickets for Toledo alleen nog in de Grote Ticket Office beneden verkocht worden.

Grote Ticket Office beneden bomvol. Een nummertje trekken. In de rij voor een nummertje. (Niet vergeten een nummertje te trekken voor de nummertjes). De nummertjes worden door een apart mevrouwtje uit een automaat getrokken. We hebben nummer 027. Op een scherm zien we dat ze op dit moment bij 645 zijn. Hoe lang moet je wachten? Pauline gaat vragen. Domoren! Imbeciles. Na 699 komt...000, dat weet iedereen. We weten nu in ieder geval dat er nog maar 82 wachtenden voor ons zijn.

We doden de tijd door met een Duitse health food journalist op doorreis te praten. Hij heeft boven een uur in de rij gestaan om te horen dat hij daar geen tickets kan krijgen. Domoor, wij hadden dat veel eerder door. Het was een beetje een hardliner, en ook erg Duits in zijn totale gebrek aan humor. Pauline had het op een gegeven moment over die mooie, grote Amerikaanse Wholefoods winkels met natuurvoeding. Hij zei: "But zee hef only 25% orkanik food!" Op een manier die een vage smeur van greppels en nekschoten bevatte. We besloten het er maar bij te laten.

Na een half uur stijgt de adrenaline: ons nummer is bijna aan de beurt. Bij een knorrige heer moeten we verdomd snel zijn met onze keuze. Heen en terug. Heen, om? blaft de man. Nou, half 12. Terug? vraagt hij. Wat? Hij: Terug! Welke tijd? Tjonge jonge, je moet opgeven hoe laat je weer terug gaat. Enfin, we hadden een kaartje. We voelden ons uitverkoren. En als je dan de volgende dag in het Claustro San Miguel de los Padres del Masturbacion Mutual staat, dan weet je: het is allemaal niet voor niets geweest!!

vrijdag 26 oktober 2007

The Maachine Ies Cloozed!

Of je het hem nou onverstoorbaar noemt ('imperturbable'), onverschillig (' indifferente') of onverschrokken ( 'intrepido') -goed voor je Spaans allemaal- maakt de Madrileense ober niks uit en het maakt mij eigenlijk ook niet uit, behalve dan dat het bijna onmogelijk is zijn aandacht te trekken. Dus als je een week gaat, trek dan een dag uit voor het bestellen en nog eens een dag voor het afrekenen. In de binnenstad zou een monument geplaatst kunnen worden: 'Aan hen die vielen tijdens het wachten op een tortilla van het een of ander.' Bij het schoonspuiten van de plazas worden altijd wel een paar uitgedroogde toeristen gevonden.

Het eten is in principe geweldig, het is ook echt een sociaal gebeuren. (Hier geen eenzame grazers, die met lege blik langs de hamburgerstraten struinen). Ze kunnen elkaar ueberhaupt wel goed hebben, die Spanjaarden. Ik zag in de boekhandel ' Fnac' weer hoe ze vreedzaam bijeen zaten op een klein oppervlak, sommigen gezeten op een halfronde bank, de anderen aan hun voeten op grond. Oude dametjes ondersteunen elkaar op straat. Geen rollator gezien in heel Madrid. Misschien zegt het iets over de eenzaamheid van oude mensen in Nederland dat ze niemand hebben die ze een arm geeft.

Er zijn ook waanzinnig veel restaurants, tabernas en barretjes en noem maar op ('cocktelerias'). Daar ligt het allemaal niet aan. Alleen beginnen ze pas te eten om tien uur. De tourist wil graag om zes uur eten als hij met brandende zolen, loeiende longen en een overdosis Goyas uit de benzinedampen opduikt. Dat wordt dus 'happas de tapas'. Maar zie er maar eens wijs te worden uit zo'n kaart.

De eerste avond liepen we hongerig een zaakje binnen. We zagen van die kaartjes waar je gerechten op kon aankruisen. Tapas! dachten wij. Maar ik kon de gerechten niet zo thuisbrengen. Bij elk gerecht stonden twee opties: pan normal en pan integral. Pan is brood, zoveel is duidelijk. Normaal brood okay. Maar integraal brood? Nu zie je hoe wanhopig die hersentjes toch alle onverwachte problemen proberen 'op te lossen'. Ook al moeten zij daarvoor een vierkantje in een rondje proppen. Dus kwam Don Pedro met de suggestie dat pan normal een normale portie brood was en pan integral bij elke portie tapas was inbegrepen. Logisch! No. De oplossing was veel eenvoudiger: pan integral is bruin en normal is wit. We zaten in een broodjeszaak, niet in een tapasbar. De broodjes waren overigens heel lekker, en ook nog goedkoop. Maar Pauline moest nog wel even naar de toonbank. Na vijftien minuten. Waar de broodjes bleven. "We are hungry." De schat!

Je denkt telkens dat Spanje een modern land is geworden. Dat ze een spurt hebben gemaakt sinds de dood van Franco. Dat is ook wel zo waarschijnlijk. Op bepaalde gebieden. Ze hebben hun Turks fruit ' ('Lucia y el sexo' ), ze hebben sexclubs en stout ondergoed (vermoed ik). Maar ze spreken nog steeds nauwelijks Engels en iets als klantvriendelijkheid is een onbekend concept. Dat komt waarschijnlijk omdat het is samengesteld uit twee voor de Spanjaard vreemde woorden: klant en vriendelijkheid. 'Passantennorsheid' bestaat wel, al is de Spaanse term me even ontschoten. Maar we kunnen het ook positief formuleren: ieder Amerikanisme is ze vreemd. Voordeel is dus dat je niet na elke hap wordt lastig gevallen met: ' Heeft het gesmaakt?' En ik heb ook godzijdank niet dat stomme moordlustopwekkende: 'En een fijne dag verder' gehoord.

Anderzijds betaal je soms een hoge prijs. Het is dan alsof je in een aflevering van ' Fawlty Towers' zit met alleen Manuel. Zonder John Cleese die allles uitlegt en probeert goed te maken. Zo wilden wij gistermiddag een capuccino bestelen op het Plaza de Chueca. De ober meldde ons doodleuk: 'No. The machine is closed.' Met een vanzelfsprekendheid die de verantwoordelijkheid geheel bij ons legde. Buitenlandse uilskuikens die niet wisten dat het Ministerie van Capuchino elke dag om half vier middels een ingebouwd tijdslot elke koffiemachine uitschakelde. Plien en ik keken elkaar aan: We waren weer op het terras van een 'Irritanteria' of ' Bruskeria' beland. Hadden ze misschien thee? 'No. Same machine.' Wat misschien achteraf verklaarde waarom niet alle capus in Madrid even lekker waren. Uiteindelijk gingen we maar akkoord met een flesje mineraalwater. We overwogen: het was geen echte Madrileen, die ober. De echte Madrileen legt namelijk niks uit, die zegt gewoon: "No!"

donderdag 25 oktober 2007

De Muil Van De Gran Via

Nu is dat helemaal niet gek dat ik bekaf ben. Madrid heeft dat effect. Allain de Botton heeft het over de moeheid die hem plots overvalt in Madrid; Enzensberger spreekt erover in "Ach Europa". Madrid heeft wel iets van Berllijn: het wil teveel, mist subtiliteit, heeft geen natuurlijke elegantie. ' Ongenaakbaar Madrid' heet het boek uit de literaire stedenreeks dat bij ik bij me heb.

Toch spreekt de goudeerlijke blufferigheid van deze stad mij wel aan. Blufferigheid, maar zonder protserigheid, een bijzonder soort provinciaalse grootheidswaanzin die ver boven zijn mogelijkheden richtte, maar juist daardoor toch iets tot stand heeft gebracht. Ik ben niet enorm bereisd, maar ik zou niet zo snel een straat in Europa kunnen noemen die zo'n gefrustreerde ambitie uitstraalt als de Gran Via. Ik hou ervan de muil van de Gran Via in te staren vanaf het terras van de 'Circulo de Bellas Artes'. In deze omhooglopende straat zie je de ader van de stad pulseren.

Ik steek ik de weg over, loop langs Hotel 'Metropolis' en wandel de Gran Via in en telkens denk ik: wow, even, heel even hebben ze zelfs aan New York gedacht, toen was het alweer voorbij. Maar ze wilden het wel. Ze wilden tenminste nog iets! Je kunt veel van de Madrileen zeggen, maar decadent of neurotisch is hij nooit geweest geloof ik. Meer over de Madrileen in het algemeen en de Madrileense ober in het bijzonder in het volgende bericht.

Je Neemt Jezelf Toch Altijd Mee

Ja, het is bekend, je kunt dus wel weg gaan, maar je neemt jezelf altijd mee. En dat blijft dezelfde Piet. Of het nou DaPiet, DerPiet of DonPedro is.

Dus daar zit je dan in je Madrileense appartement. En je krijgt evengoed geen letter op papier en ook niet op het toetsenbord, dus geen verhaal of blog. Ga d'r maar aanstaan. De Schrijversvakschool is allang weer begonnen, maar `Don Pedro nog niet.

Tja, en daar ga je naar Madrid, maar ja, daar ben je dus al een keer geweest. Gran Via, Atocha, Prado, espinacas con carbonzos, choricitos al infierno, patatas bravas, tonijn met gecarameliseerde ui, cojones del toro, carboncolos fritos, pinchos, flautos en dan weer alle ria's: cervezeria, taperia, chocolateria, paneria en noem het allemaal maar op en ik heb het allemaal al gezien en gegeten en weer doorgespoeld. Ik ben moe.

O ja, en dat leesbrilletje dat je daar ziet liggen, dat is dus van Pauline. Maar ik kan eigenlijk niet zonder. De jeugd is definitief voorbij.

Reizen is vergeefs. Het is ' De tuinman en de dood' all over deja vu again. Je neemt jezelf toch altijd weer mee. Jezelf -en veertig opladers. Alleen die van jezelf, die kun je nergens meer vinden.

maandag 22 oktober 2007

Han Arrivado En La Ciudad De Madrid

Na een vlotte vlucht van twee uur op de luchthaven van Madrid. Met een taxi naar het appartement. De chauffeur leek persoonlijk het verlies van Alonso gisteren in de Formule 1 te willen goedmaken, hij reed als een wilde. Pauline zei: Doe je gordel om, en praat maar niet meer tegen hem. Daar was ik wel blij mee, want van mijn toch al niet beste Spaans was niet veel over.

Het appartement werd nog even schoongemaakt en we wachtten in dit barretje, waar we temidden van tonnetjes bier, schommelende hammen en etende oudjes thee dronken en een broodje calamares aten. Op straat schoolmeisjes in uniform en dikke, schele jongetjes met voetbal.

Appartement wel wat kleiner dan in Berlijn en egeltjesseks, want het bed schommelt vervaarllijk. Gelijk lappietoppie aansluiten op ADSL natuurlijk, want men is verslaafd of men is het niet. Pauline stelt een lijstje van Neruda-locaties samen. En dan gaan we maar eens even buiten kijken, want het is nog verdomd lekker weer, 22 graden en zon. Helaas wordt morgen alles anders, en woensdag krijgen we regen.

dinsdag 16 oktober 2007

O, Gij Klopt Byzantijns Bladgoud Op Ons Pad!

Het was op het nippertje, maar vanmiddag kreeg ik deze herfst toch nog bij de panden van haar fraaie jas. Her coat of many colors, if I may say so. Ik heb tijdens de drukkke jaren te vaak een herfst verkloot en hoewel het me nu bijna weer -nee, toch niet, ik verliet fluks mijn zuurstofloze, donkere boekenhol en fietste naar Amelisweert. (Hier zie je mijn vertrekpunt Lunetten. Ik begaf mij in oostelijke richting, over de snelweg, en hup, snel de broccoli in! Onder de schaduw van het adresplaatje: Fort Rijnauwen).

Toen heb ik een tijdje lekker op een bankje op een heuvel tegenover Fort Rijnauwen gezeten. Daar zag ik de zon onder gaan. Waarom vind ik de herfst zo mooi? Waarom is oktober mijn maand? Te fel geluk schroeit mijn huid, dan ben voel ik me net zo lekker als een witte waterkip in een gloeiendhete pan. De lente is te evangelisch, de winter te somber, de zomer broedt pest en geilheid uit: alleen in de herfst is alles er. Alle kleuren (van lentegroen tot bokbierrood), alle weertypes (een buitje sproeit te midden van de zonnestralen), alle geuren. Het is een rijke melange die je neus vult en herinneringen brouwt. Ja, koel en kruidig, heeft de herfst de essentie van versgemalen bonen. Elementair seizoen. Tijd zonder noodzaak van klinkers. Als ik een Tsjech was, zei ik: HRBST!

Ik fietste verder langs het fortenwater en zag de Dom stil in de verte staan achter weilanden met koe -het moest niet veel Hollandser worden. Ik noem een Jan van Goyen. Een Piet van Leyden. Ik snoof met graagte de intredende frisheid binnen.

Vanwaar mijn herfstmystiek? Mag ik de zomer niet? Nu ja, de zomer is een dronken vrouw. Die je recht op je bek wil kussen. En jij hebt ook zo je plannetjes met haar. Ze heeft de adem van een warme asbak, rode wijntanden en je voelt haar hete kruis door je broekstof heen. En hoewel ik niets tegen geilheid heb: de herfst is anders. De herfst kan je wang strelen met de tederheid van een nooit verklaarde liefde. De herfst is het geheimzinnige, romantische zusje van De Ietwat Clichematige Grote Blonde Stoot. En je bent nog altijd in stilte verliefd op haar langzame glimlach. We hebben het hier over het verschil tussen seks en erotiek. Herfst is erotiek voor gevorderden. Maar ik herhaal mijzelf.

Laat ik een ander maar eens herhalen: "de droog gewaaide beek/ vult zich langzaam op met bladeren en door het bos speelt moe de wind. o plotseling beginnend woest geluk/ te kleine ziel/ om deze wilde vreugde te bevatten." (H.H. ter Balkt aka Habakuk de Balker).

Ik voel me gewoon goed in de herfst. Ik rijd rond en stop regelmatig om dingetjes te noteren in een kladblok. Ook snater ik spontane, ongecensureerde herfsgedichtjes. Als ik een zwarte man met fiets plus kinderzitje zie lansgkomen: "Een neger die meezingt in de kerk/ een neger met een kinderzitje achterop/ die is goed bezig, die is vandaag de Bob/ niet alleen maar dat dansen, dat knokken en dat neuken/ maar een neger die meehelpt in de keuken.”

Na anderhalf uur kom ik bij landgoed Amelisweert uit. Het duurt even voordat ik de weg over kan: over het dropzwarte nieuwe zoab glijden de forensen als zelftevreden goden huiswaarts. En ook ik, dan. Met de laatste vreugdestralen herfstlicht op mijn opslagkaart. Maar dat de vreugde niet te wild worde nu.

De Traditionele Makkejannenjacht!

Zaterdag, 13 oktober, Maarsbergen. Familietraditie: op de verjaardag van mijn vader gaan we met z'n allen op jacht naar de beste lekkerste kastanjes. Wij jongens en meisjes van de Heuvelrug noemen kastanjes ook wel makkejannen. We kennen ook nog steeds het woeste gebruik: met de mond vol makkejannen aan iemand te vragen of hij soms een gespikkelde beer wil. Ja, wij zijn een raar sub-volkje hier, bijna net zo raar als die lui uit Wombarg, gunsteropan.

Maar 13 Oktober wroeten wij dus gewoontegetrouw temidden van de gouden stralen van de Oktoberzon als truffelzwijnen in de grond. Ergens diep in het bos. Op een plaats die geheim is en die ons rechtens toekomt. Aangetrouwd spul van de familie wordt ook niet aangeraden die plek in de openbaarheid te brengen. (Ondanks de gemoedelijke indruk is hier wel degelijk sprake van een keiharde clan. Enige merkwaardige met blad opgevulde greppels in het bos getuigen daarvan. Als je ze weet te vinden.)

Helaas hadden we deze keer geen tijd de kastanjes ook nog te bakken. Bakken, en dan zout erover, hmmmm. Maar we moesten naar de Chinees. Dat vindt mijn vader namelijk nog steeds veel lekkerder dan allerlei natuurspul. Maar het was er weer geweest te zijn, in de bossen van mijn jeugd. En het is op 13 Oktober altijd mooi weer. Ook traditie. Zulk mooi weer is het deze maand, ik vraag me af of die mensen die op hun blog de hele tijd maar mekkeren over de mislukte zomer, daar eigenlijk wel dankbaar voor zijn.

O ja, de foto's! Natuurlijk, natuurlijk. Hier zijn de foto's. (Ze zijn een beetje blauwiig, heiig of anderzins mislukt, maar ik ken mijn nieuw smartphone nog niet zo goed.)

vrijdag 12 oktober 2007

Islamitische Tsunami?

Op de schetsen van het nieuwe Anhemse station ziet het er wel zo uit. Ze hebben namelijk alle poppetjes zwart gemaakt, waardoor iedereen met ook maar halflang haar eruit ziet alsof-ie een hoofddoekje draagt. Nee, dit gaat ons Geert niet leuk vinden.

woensdag 3 oktober 2007

Reichsmann Op Werkbezoek In Westergasfabriek

Werkbespreking Canon, Amsterdam, 3 oktober, 14.55 uur. Dit is het door het impresariaat opgegeven adres: Haarlemmerweg 8. Maar dit is dit niet het Canon Service Center. Dit is de Westergasfabriek. Of een Byzantijnse kerk met een Shoa-herdenkingstentoonstelling erin.

De contactpersoon kan ik even niet bereiken. Ah, toch! "Klopt, Piet, je bent op het terrein van de Westergasfabriek, daar vindt het event plaats." Op 10 oktober. Nou, ben ik ook eens op tijd.

Hij komt hierheen, doen we de werkbespreking hier. Ik ben niet scherp de laatste tijd. Eergisteren op weg naar Amsterdam in plaats van Bussum. Nog een geluk dat ik op het laatste moment zijn telefoonnummer had genoteerd. Ik ben ook van nature wel verstrooid hoor. "Ik heb hier een werkbespreking, " zeg ik aan de balie bij de ABN. "Met wie?" "Tja, dat is een goeie vraag." Bij Interpolis was ik een keer een dag te vroeg. En toen ze me voor het programma "Taxi" vroegen -al een hele tijd geleden- zei ik: "Leuk idee!" Twintig minuten later moest ik ze vertellen dat ik geen rijbewijs had.

Leuke werkbespreking, capuccino erbij. Vast leuker dan op het Canon Center. En ik weet vast waar ik op moet treden volgende week.

Krijg een draaiboek mee. Vind ik altijd leuk. Geinig om te zien dat zo'n event al zeven uur 's morgens opgebouwd wordt, 11 uur voordat ik spreek. "8.00 uur: aanvoer van vloerbedekking en aansluitend stoffering." Strak afgerokte tafels, vond ik ook altijd zo'n mooie. "10.00 uur: wateraansluiting bij biertap, eventueel d.m.v. tuinslang." Hmmm. "11.00 uur: aanvoer knuffels. Knuffels worden tegen de rand van het podium, als decoratie opgesteld." "17.00 uur: aankomst Peter Reichsmann. NB spreker krijgt gereserveerde plaats op de eerste rij." Juist! Ik heb er nou al zin in.

maandag 1 oktober 2007

Herr Reichsmann Is Vandaag Herr Mueller (SAP)

Bussum, 't Spant, Accenture, 15.25 uur. Achter het zwarte doek op het podium wacht ik. Ik steek mijn arm uit, de zaal in, om een foto te maken. Niemand ziet mij. De vorige spreker is nog bezig. Saaie man, schiet toch op! Nee, dus.

Ik ga weer naar beneden, de gewelven in: verlaten kleedkamers, artiestenfoyer leeg, hier huist het Spook van de Opera. Ik doe de felle lampjes aan in de kleedkamer, het is snel warm. Dwangmatig repeteren. Ik ben vandaag Herr Mueller en niet Herr Reichsmann. Dat moet ik goed beseffen, anders verkloot ik het gelijk al.

Ik word gebeld: ik kan naar boven komen. Iemand leidt me de zaal in en zet me vooraan neer. de man is nog steeds druk in de weer met slides bomvol onbegrijpelijke organisatieschema's. Dan de vragen. En de antwoorden. En dan ben ik aan de beurt.

Het is net als vorige week een subsessie van een groot congres. Mannetje, vrouwtje of 50. Slim, jong, ICT. Deze keer begrijpen ze het wel. Het gaat lekker. Ik kan al snel intern het sein ´geslaagd´ geven. Verbaas me er weer over hoe terplekke geimproviseerde dingen er soms uit springen, zo´n hele frisse lach opleveren. Het is eigenlijk niks bijzonders. Ik zeg dat hierna in de plenaire sessie Hans van Breukelen zal spreken. Waarschijnlijk ook over het EK ´88. Droog, als Duitser: "Dan ben ik dus al weg." Ik zou best wel weer eens stand-up willen doen. Maar dat vreet energie. Mijn act als Duitser niet.

Om tien over vier ben ik alweer klaar. Ik krijg een mooie fles wijn. Die geef ik gelijk aan chauffeur Murat. Hij is moslim. En slaat al mijn flessen bij hem thuis op in de kelder. Ik zal de flessen meenemen voor het feestje van Pauline aanstaande zondag.