zondag 1 juli 2007

Als Een Hommel In Een Warmondse Lavendelstruik


Pablo Neruda schreef: ‘No book has been able/ to wrap me in paper, to fill me up/ with typography/ with heavenly imprints/ or was ever able/ to bind my eyes/ I come out of books to people orchards/ with the hoarse family of my song, to work the burning metals/ or to eat smoked beef/ by mountain firesides. I love adventurous books, books of forest or snow/ depth or sky/ but hate the spider book in which thought has laid poisonous wires to trap the juvenile.’ (In het Spaans schreef hij dat natuurlijk).

Nerudas vroege leven leest ook als een avonturenboek. Althans het deel waarop ik stuitte in Adam Feinsteins biografie. We hadden eindelijk weer eens een soort zomerdag en buiten half uit de zon met een koud glas witte wijn, viel mijn oog op de naam Maria Antonieta Hagenaar Vogelzang. Dat bleek de eerste echtgenoot van Neruda te zijn geweest. Hij ontmoette haar in Batavia in 1930, waar ze datzelfde jaar nog trouwden.

Nerudas aankomst in Batavia als verse Chileense consul was overigens komisch: er was al een Chileense consul. Dat bleek een Nederlander te zijn die voor geld door de vorige consul was aangesteld om de zaken te regelen terwijl de oude rakker zelf lekker in Parijs zat. Maar Neruda wordt toch geinstalleerd te Batavia en is er gelukkig met zijn nieuwe vrouw in hun huis in Weltevreden (Weltebreden zegt de biografie, maar ik denk dat dat een slordigheid is).

Zo vaak ze kunnen sleuren ze zich weg van de protocollen, de dinner jackets en de cocktailparties om met thermoskan en cognac en boeken naar de bergen te vluchten of naar de kust. Neruda schrijft weinig maar heeft wel tijd om het hele werk van Proust te lezen. Voor de vierde keer. Ze hebben niet veel geld: als gevolg van de beurskrach van 1929 is zijn salaris gehalveerd.

De periode in Batavia komt tot een abrupt einde als in 1932 de post van consul van Singapore en Java door Chili wordt opgeheven. Neruda keert met zijn vrouw terug naar Zuid-Amerika, een reis die twee maanden in beslag neemt.

Dit is wat ik vandaag las. Ik had het boek toevallig ter hand genomen. Hele boeken lees ik zelden. Soms merk ik dat dat wat irritatie oproept bij bepaalde mensen. Als je ergens aan begint, moet je het ook afmaken. En je moet beginnen bij het begin. In biografieën is dat laatste sowieso een ramp. De jeugdjaren sla ik het liefst helemaal over. Vaak zit daar trouwens ook nog een gedeelte voor over de ouders en grootouders. En dat kan nogal eens echt strontvervelend worden.

Nee, ik doe op mijn manier. Het is de manier van de hommel (of de bij) die ik vandaag in de Warmondse tuin zag darren van bloem tot bloem aan de geurige lavendelstruik. Als het hem niet beviel ging hij gewoon ergens anders heen. Dat is heel natuurlijk. Het gelezene zal wel geen honing opleveren. Dan was het toch een hommel. Hmm lekker, lavendel.

3 opmerkingen:

marina zei

ik lees ook geen hele boeken. Ik graas wat rond, als een koe. Van veel boeken heb ik naderhand trouwens wel het gevoel dat ik ze helemaal heb gelezen. Volgens mij is het zo: een schrijver schrijft, een lezer leest.
:-)

René zei

In deze laat ik niet na, de naast Bob den Uyl ernstig onderschatte schrijver F. Springer te noemen, van wie ik onlangs Bandoeng Bandung las. Een handzaam werk (ik schrijf doelbewust niet 'werkje' - in der Beschraenkung zeigt sich der Meister) en geen vuistdikke pil, waarin hij zoals vaker waarheidsgetrouw de diplomatieke wereld beschrijft. Gevoelig, diepzinnig en humoristisch tegelijk. Te lezen in trein, in bed, of in het vliegtuig. Of waar u maar wilt.

Pieter de Rijk zei

Ah ja, Springer. Ik zal dat boek eens opzoeken. Jij was zelf trouwens eens op een diplo-party in Paramaribo, niet?