Ook niet over de verschrikkelijke Ludlum- of Dan Brown-titels als ‘Het Fred Oster Weekend’ of ‘De Pinokkio Protocollen’. Die mensen zijn reddeloos; evenals degenen die hun boeken kopen.
Niet over de vrij recente en irritante gewoonte allerlei bekende historische personen in een interessanterige titel te verhakselen. ’Kafka on the shore.’ ‘Kafka's hat.’ Niks meer met Kafka! ‘The Dante club.’ Niks meer met Dante! “Na het succes van ‘Leonardo’s Lach’ en ‘Nietzsches Navel, kwam de al even grote bestseller ‘Kierkegaards Kruiwagen’.”
Ik heb het over de afschuwelijke, alsmaar oprukkende semi-creatieve bijeenplaatsing van begrippen met suggestie van peilloze diepzinnigheid. Niemandsbruid. Maanvuur. Tweeduister. Spiltijd. Ziekzoekers. Dubbelliefde. Klipdrift. Zielverstand. Eilandvrees. Albinoziel. Schaduwkind. Schaduwmoeder. Moederkruid (Sleevrees?). Tralievader. Tropenvuur. Heblust. Haaiensafari. Zondagsgeld. Nachtzwemmen. Ik verzin het niet, dit zijn bestaande titels. Ik hoef niet eens mijn best te doen, ze stuiven je zo van de planken tegemoet. Plankvrees! Het is een ziekte. Titelziekte! Door de lasnaden van nep-poetische bevlogenheid kijken we rechtstreeks in de kaarten van iemands literaire blufpoker. Titelbluf!
Met dit soort titels wil men zeggen: hier gebeurt iets mensen, iets creatiefs, dit is lieteratu-huur! Dit is diep. Dieper dan “Tienduizend mijlen onder zee.”? O, veel dieper.
Bij nadere bestudering van het fenomeen valt op dat populair zijn: hemellichamen; elementen en kleuren; jaargetijden; elementaire, emotionele begrippen als vader, moeder, kind.
En dan maar husselen! Husselmoeder.
Sneeuw is goed. Sneeuwkind. Sneeuwzuster. Sneeuwklas. Maan! Maan is ook goed. Maansoep. Maanbruid. (Nee, Maanzaad niet. Sneeuwzaad kan weer wel). Maanden zijn okay. Februariliefde. Oktoberhaat. Novemberdrift. Januarikind. Septemberangst. Junivrees. Julikruid. Novembervuur.
Winter! Winter is heel goed. Ja, winter is misschien wel de beste. Die suggestie van het schrale seizoen, de koude wind die over de kale vloer van de menselijke ziel waait. Waaivader. Winterziel. Wintervuur. Winterliefde. Wintergif. Winterdrank. Winterpijn. Wintermoeder. Winterbruid. Winterziel. Winterdrift. Wintervuur. Winterlust. Zomerkut! (Roep ik opeens, om weer wakker te worden). En de Nederlandse literatuur kan weer een decennium vooruit qua titel.
“Na haar juichend ontvangen debuutroman ‘Winterhonger’ volgden ‘Marsvrees’ en ‘Snickerdrift’, waarin wederom haar eetverslaving het thema was.”
Nu vraag ik je: wat is er in godsnaam mis met die gewone titels van vroeger? Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Ruisen de bossen niet meer eeuwig, zijn de populieren opeens uitgezongen? Mien van het Zand-Pad, waar ben je, nu je land je nodig heeft?
Maar goed, dit wordt allemaal behandeld in mijn nieuwe boek: 'Het DaPiet Ultimatum’. Waarvan de boodschap is: kappen met dit soort titels! Het is allemaal zo semi! Creatief? Je Schaduwzuster!
(Mochten mensen nog meer fraaie voorbeelden hebben of zelfgemaakte titels willen inzenden: niet doen! Het is een ziekte. En dus besmettelijk. Windpijn. Moederzadel. Spilzee. Zeezadel. Windmoeder. Spilzadel. Aaahh!).



